Maatschappij

De verborgen kant van ongelijkheid

Ongelijkheid wordt vaak gemeten in euro’s, maar geld vertelt niet het hele verhaal. Volgens onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau ontstaat ongelijkheid uit een samenspel van gezondheid, netwerk en vaardigheden. Wie ongelijkheid wil verkleinen, moet verder kijken dan alleen financiële verschillen, legt onderzoeker Jeroen Boelhouwer uit.

Er is meer dan economie, is al sinds de oprichting het uitgangspunt van het SCP. De onderzoeken van het bureau geven inzicht in hoe het gaat met gewone mensen, als input voor overheidsbeleid. Daarbij kijken onderzoekers, onder wie Jeroen Boelhouwer, naar welvaart in brede zin. Breder dan economen als Thomas Piketty, die ongelijkheid vooral financieel benaderen.

“Er zijn inkomensverschillen, natuurlijk,” zegt Boelhouwer. “Maar wij zien in onze analyses ook verschillen in gezondheid en sociale relaties. Daar doen we al meer dan tien jaar onderzoek naar. Niet alleen literatuuronderzoek, maar ook uitgebreide enquêtes.”

Vier vormen van kapitaal

Die brede blik leidt tot een andere conclusie: ongelijkheid draait om vier vormen van kapitaal. Naast financieel kapitaal, zoals inkomen en vermogen, onderscheiden SCP-onderzoekers sociaal, cultureel en persoonskapitaal.

Sociaal kapitaal gaat over netwerken en relaties: wie ken je, op wie kun je terugvallen? “Het gaat niet alleen om zakelijke netwerken, wat sommige mensen vriendjespolitiek zouden noemen,” zegt Boelhouwer. “Maar ook om een netwerk in de buurt, om sociale verbondenheid. Zo’n netwerk kan helpen bij het zoeken naar werk, of simpelweg als je je enkel breekt.”

Persoonskapitaal lijkt op persoonlijk kapitaal, maar het SCP gebruikt die term bewust niet. “Het is niet per se persoonlijk, maar persoons-eigen,” legt Boelhouwer uit. Het gaat bijvoorbeeld om fysieke en mentale gezondheid. In recente analyses is daar ook esthetisch kapitaal aan toegevoegd. “Hoe je eruitziet, wordt steeds belangrijker in onze samenleving.”

Cultureel kapitaal heeft te maken met leefstijl en vaardigheden. Spreek je Engels, ben je digitaal vaardig, ga je naar een museum? “In de laatste meting hebben we zelfs gekeken naar voornamen,” zegt Boelhouwer. “Die blijken behoorlijk bepalend voor iemands positie in de samenleving.”

Stapeling van ongelijkheid

Die verschillende vormen van kapitaal staan niet los van elkaar. Integendeel: ze grijpen op een ingewikkelde manier in elkaar. Veel sociaal kapitaal kan helpen bij het vinden van een betere baan, net als cultureel kapitaal. Een sollicitatie bij een bank met een matje in je nek maakt de kans op succes kleiner. En een slechte gezondheid kan een carrière ernstig hinderen. “Verschillende terreinen versterken elkaar,” zegt Boelhouwer. “Culturele activiteiten beïnvloeden je vriendengroep, en daarmee je sociale kapitaal. En als je gezondheid verbetert, vergroot je misschien ook je kans op werk.”

Te grote verschillen

De verschillen tussen groepen in de samenleving zijn inmiddels groot. Te groot, vindt Boelhouwer. “Het is een risico voor de sociale cohesie van de samenleving. Als SCP vinden wij dat de overheid daarop moet acteren.”

Wie ongelijkheid wil verkleinen door alleen in te zetten op het vergroten van financieel kapitaal, zal volgens hem weinig succes boeken. “Uit onze analyses blijkt dat mensen met veel geld niet allemaal in dezelfde klasse zitten. En dat geldt ook voor mensen met weinig geld. Wil je effectief beleid maken, dan moet je kijken naar de samenhang tussen die verschillende hulpbronnen.”

Zeven sociale klassen in Nederland

De werkende bovenlaag, de eerste klasse die Jeroen beschrijft, is met 20 procent de grootste groep in de samenleving. Mensen in die groep hebben van alle vier de vormen van kapitaal ruim voldoende: ze zijn gezond, ze hebben een goede baan, voldoende geld en een goed netwerk. De groep er net onder wordt jong en kansrijk genoemd, 19 procent van de bevolking. Die groep staat aan het begin van de loopbaan, met een goede opleiding, maar ze hebben nog geen kapitaal en vermogen opgebouwd. Derde groep; rentenierende bovenlaag, maakt 9 procent van de bevolking uit. Deze mensen wonen in een koophuis, hebben een goede oudedagsvoorziening, maar hun sociale netwerk krimpt wat en hun gezondheid loopt terug.

De middenklasse, 25 procent van de samenleving, wordt gevormd door de groep die door het SCP ‘werkende middengroep’ wordt genoemd. Zij scoren op alle aspecten gemiddeld. Dan volgen klassen die wat ondersteuning van de overheid kunnen gebruiken, volgens het SCP. Zo onderscheiden ze de ‘laagopgeleide gepensioneerden’, een groeiende groep die nu zo’n 18 procent uitmaakt. Ongeveer 10 procent van Nederland valt in de groep ‘onzekere werkenden’, die met kleine banen of meerdere baantjes moeten rondkomen en ook onzeker zijn over hun persoonskapitaal: weinig zelfvertrouwen en weinig hulpbronnen om hun positie te verbeteren. De meest kwetsbare groep is het precariaat: mensen die op alle terreinen slecht af zijn.

Oude scheidslijnen vervagen

Uit het dataonderzoek waarin deze zeven klassen naar voren kwamen, bleek nog iets anders: klassieke scheidslijnen spelen nauwelijks nog een rol. “Man of vrouw, jong of oud, migratieachtergrond: dat is niet meer beslissend,” zegt Boelhouwer. “Je kunt ouderen bijvoorbeeld niet als één groep zien: er zijn zowel laagopgeleide gepensioneerden als mensen uit de rentenierende bovenlaag.”

Op individueel niveau lijkt sociale mobiliteit beperkt: iemand die laagopgeleid gepensioneerd is, zal niet snel in de rentenierende bovenlaag belanden. Maar op populatieniveau ziet Boelhouwer wel verschuivingen. “Het precariaat, de meest kwetsbare klasse, zal iets kleiner worden, onder meer doordat het opleidingsniveau gemiddeld stijgt.”

Die beweging onderstreept de kern van het SCP-onderzoek: ongelijkheid is geen puur financieel probleem. Het is een samenspel van gezondheid, netwerk, vaardigheden en vertrouwen. Wie ongelijkheid wil begrijpen en verkleinen, moet daarom verder kijken dan naar geld alleen.

Luister ook naar de podcast-aflevering: Ongelijkheid is meer dan geld

Foto: Markus Spiske (Unsplash)

Deel deze blog:

Nieuw: via Ecosofie Academy

Training Duurzame ambitie

Besteed je de 80.000 uur die een gemiddelde carrière telt wel optimaal om duurzaamheid te bevorderen? In dit programma ga je die vragen onderzoeken én word je geholpen om tot concrete acties te komen.