Maatschappij

Hoe goedkope pakketjes onze democratie ondermijnen

Spotgoedkoop, rechtstreeks uit China, stromen miljarden pakjes Europa binnen. Niemand checkt of ze voldoen aan onze regels. Ondertussen moeten Europese ondernemers voldoen aan strikte milieunormen en arbeidswetten. Paul Schenderling ziet hierin meer dan oneerlijke concurrentie. Hyperglobalisering is ook de kiem van populisme en een democratie die haar grip verliest. Zijn boodschap: alleen als Europa kiest voor kwaliteit, kan het de race naar de bodem keren.

Het handelsbeleid dat we in de jaren tachtig hebben ingezet, mondt uit in populisme. Dat is de stelling van Harvard-econoom Dani Rodrik. Die stelling is voor Paul Schenderling, econoom, adviseur en schrijver, aanleiding voor zijn nieuwe boek Continent van de kwaliteit. “Je kunt zeggen dat Rodrik al heeft voorspeld dat iemand als Trump aan de macht zou kunnen komen. Volgens Rodrik komt dat door hyperglobalisering, volledig vrije wereldwijde handel.”

Dat is een complex begrip, maar Schenderling legt het uit. “In de praktijk betekent het dit: goederen, diensten en kapitaal bewegen zich vrij over de wereld. Zonder dat nationale overheden daar grip op hebben. Normen op het gebied van arbeid, zoals cao’s, het milieu of veiligheid kunnen dus niet worden gehandhaafd.”

Medewerkers uitwringen

Klinkt abstract, maar Schenderling geeft een voorbeeld dat veel mensen herkennen. “Ik heb me verdiept in Temu, een Chinese webwinkel. Zij werken met reverse auctions, waarbij leveranciers tegen elkaar worden uitgespeeld om een product voor de allerlaagste prijs te leveren aan de webwinkel. Temu loopt geen voorraadrisico en de winnende leverancier moet zich in allerlei bochten wringen en draconische maatregelen nemen om die superlage prijs waar te maken. Medewerkers uitwringen, milieuwetgeving negeren, noem maar op.”

Die spullen worden geëxporteerd over de hele wereld, ook naar Europa. En ze worden dus niet gecontroleerd op normen waar Europese producten wel aan moeten voldoen, vertelt Schenderling. “Misschien schokkend om te horen, maar als de waarde onder de 150 euro blijft, checkt de Europese Unie geen pakketjes die rechtstreeks door een buitenlandse webshop zoals Temu naar een Europees adres worden gestuurd. Dat betekent dat miljarden pakketjes per jaar Europa binnenkomen. Meubels, speelgoed, kleding, elektronica, noem maar op. Allemaal niet gecheckt op milieunormen, arbeidsnormen of veiligheidsnormen.”

Voor een schijntje

Daar zit je dan als Europese ondernemer, met je goeie gedrag. Doe jij je best om aan alle maatregelen te voldoen, komen er uit China producten op de markt voor een schijntje die zich nergens wat van aantrekken. “Grote bedrijven lijden hier minder onder dan kleinere,” zegt Schenderling. “Veel grote bedrijven hebben namelijk ook hun productie verplaatst naar landen die het zo nauw nemen met milieuwetgeving en arbeidswetgeving. Kleine en middelgrote bedrijven willen en kunnen dat niet doen.”

Zo raakt de democratie z’n grip op de handel kwijt. Landen en staten hebben namelijk geen manier om handel te sturen, in een systeem van hyperglobalisering heeft een ‘virtuele senaat’ de teugels in handen. Schenderling: “Professor Jason Hickel bedoelt met dat begrip dat grote bedrijven die beslissen waar ze hun kapitaal willen neerzetten. Op die manier bepalen zij hoe de economische wetgeving van landen eruitziet. En die bedrijven hebben juist baat bij zo min mogelijk kaders en normen.”

Kwaliteit delft het onderspit

Zo zijn we terechtgekomen in een wereld waarin kwantiteit dominant is en kwaliteit het onderspit delft, volgens Schenderling. “In hyperglobalisering wordt productie voortdurend verplaatst naar plekken waar de lonen het laagst zijn, dus banen staan voortdurend op de tocht. Onder druk van internationale concurrentie wordt beknibbeld op arbeidsvoorwaarden, volgt de ene reorganisatie de andere op en houden mensen voortdurend een gevoel van onzekerheid over hun baan. Maar het is niet alleen die onzekerheid rond inkomen, het gaat dieper. Ik denk dat het uiteindelijk raakt aan de beroepseer van mensen. Veel mensen willen iets positiefs bijdragen aan de samenleving en als dat niet kan, verliezen ze letterlijk hun eergevoel. En dat eerverlies, is een conclusie in mijn boek, is een van de factoren waarom populisme zo enorm toeneemt. Je voelt de democratie kraken in haar voegen.”

Beroepseer gaat verloren

Ik moet eraan denken dat ik laatst van mijn schoenmaker hoorde, dat er vroeger wel veertig schoenmakers waren in Den Haag, en nu nog maar vijftien. Weg kwaliteit, hallo goedkope gympen die je niet laat repareren omdat ze de kosten niet waard zijn. Ambachten verdwijnen, de waardering voor ambachtelijk werk verdwijnt. “De winnaars van de hyperglobalisering stralen ook wat arrogants uit,” zegt Schenderling. “Kijk mij eens succesvol zijn. En dat zet kwaad bloed bij mensen die hun beroepseer juist verloren zijn. En dat, in combinatie met slechte politici, zorgt ervoor dat de democratie in elkaar stort.”

Dat heeft alles te maken met het beleidstrilemma van Rodrik, die Schenderling als student internationale economie op het Erasmus kreeg voorgeschoteld. “Je hebt drie puzzelstukjes: hyperglobalisering, de natiestaat en de democratie. Je kunt er maar twee tegelijk kiezen, ze passen niet alle drie in elkaar. Kies je hyperglobalisering in combinatie met democratie, dan valt de natiestaat erbuiten, want daarvoor heb je een wereldregering nodig. Die hebben we niet, en die komt er ook niet binnen afzienbare tijd. Die rol wordt in deze samenstelling ingevuld door die virtuele senaat, opgebouwd uit ongekozen, niet-democratische CEO’s van grote bedrijven. Kies je andere puzzelstukjes, zoals hyperglobalisering en de natiestaat, dan kom je in een gouden dwangbuis terecht, zoals Rodrik dat noemt. Je kunt beleid voeren, maar al het beleid dat slecht is voor het vestigingsklimaat, zorgt ervoor dat bedrijven hun kapitaal verplaatsen.” 

Kinderwetje kan niet meer

Schenderling herkent die situatie in Nederland op dit moment. Neem de discussie rond de dividendbelasting, of rond het wetsvoorstel voor ketenverantwoordelijkheid, waarbij bedrijven in kaart moeten brengen of er mensenrechten of milieurechten worden geschonden bij de productie. Schenderling: “De CEO van Boskalis zei direct dat het bedrijf alle activiteiten naar het buitenland verplaatst als die wet wordt aangekomen. Zelfs het wetje van Van Houten uit 1874, om kinderarbeid tegen te gaan, kunnen we tegenwoordig nauwelijks handhaven, want via de producten die we importeren dragen we er nog steeds aan bij.”

Na de Tweede Wereldoorlog formuleerde econoom Keynes een wereldhandelssysteem waarbij geen enkel land een handelsoverschot of een handelstekort kon hebben zonder daarvoor gecompenseerd te worden. Ook zouden bedrijven in dat systeem niet zomaar hun productie mogen verplaatsen zonder daarvoor verantwoording af te leggen. Is dat systeem toereikend om die hyperglobalisering binnen de perken te houden? “Misschien is dit wat we nu nodig hebben. In elk geval zou een Europees handelsbeleid, waarbij we van hyperglobalisering verschuiven naar globalisering met gezond verstand, een goed begin zijn. Laten we zorgen dat nationale overheden weer democratisch gelegitimeerde normen opleggen aan producten die we importeren. Dat is belangrijk voor landen in het mondiale noorden, want de sociale en ecologische kosten van productie kunnen dan in de prijs worden verrekend. En landen in het mondiale zuiden kunnen dan op democratische wijze vaststellen hoe ze hun economie willen ontwikkelen.”

Met gezond verstand

Die globalisering met gezond verstand is door Rodrik uitgewerkt in concrete maatregelen. Schenderling noemt bijvoorbeeld de maatregelen die een land mag nemen tegen dumping. “Dan mogen de importheffingen proportioneel worden aangepast. Een goedkoop product dat z’n lage prijs dankt omdat er geen rekening is gehouden met milieuwetgeving, wordt dan door die importheffing net zo duur als een product waarbij die wetgeving wel is gevolgd.” Dan gaat de kwaliteit van producten weer een rol spelen. En dat is waar Europa z’n winst kan maken: door de kwaliteit van producten voorop te stellen. “In plaats van een race to the bottom, wordt het een race to the top. We kunnen milieuwetgeving handhaven zonder dat het wordt ondermijnd door goedkope import. En hierdoor krijgt het midden- en kleinbedrijf in Europa weer een kans, want die raken momenteel in de knel.” 

  • Een economie van genoeg
    In een eerdere editie van Ecosofie hield Paul Schenderling een pleidooi voor een post-groei economie. Een belangrijk onderdeel hiervan is een progressieve belasting op (vervuilende) consumptie. In het kort: consumptie met een hoge uitstoot van CO2 of waarbij veel materialen worden gebruikt, wordt progressief duurder gemaakt. Hierdoor worden producten met een kleine voetafdruk goedkoper, en worden vooral grote consumenten (lees: de rijkste 10%) geraakt in hun portemonnee.
    Luister naar #93. Een economie van genoeg, met Paul Schenderling

Foto: Ellis Garvey (Unsplash)

Luister ook naar de podcast: Waarom hyperglobalisering onze democratie uitholt

Deel deze blog:

Nieuw: via Ecosofie Academy

Training Duurzame ambitie

Besteed je de 80.000 uur die een gemiddelde carrière telt wel optimaal om duurzaamheid te bevorderen? In dit programma ga je die vragen onderzoeken én word je geholpen om tot concrete acties te komen.