Tijdens zijn studie civiele techniek aan de TU Delft ging het bijna niet over duurzaamheid, vertelt Andy van den Dobbelsteen. “Ik miste dat. Er waren geen milieuvakken. En ik vond dat ik er civieltechnisch iets mee moest. Als mens dragen we verantwoordelijkheid om de aarde netter achter te laten dan we ‘m aantreffen. In alle literatuur die ik las, zag ik dat het de verkeerde kant op ging.” Ook buiten de TU kreeg duurzaamheid nog nauwelijks aandacht. Het Kyoto-verdrag was niet ondertekend, van The Inconvenient Truth had nog niemand gehoord. “Mijn referentie is het Brundtland-rapport uit 1987 en het Nationaal Milieubeleidsplan, waar de term ‘duurzaam bouwen’ uit voortkomt. Maar pas in 2006 werd de documentaire van Al Gore en het begrip ‘Cradle to cradle’ populair.”
Bouwmateriaal als verborgen vervuiler
Inmiddels is duurzaamheid wél een thema in de bouw – en dat is hard nodig. Want de bouwsector is een enorme bron van CO2-uitstoot: ongeveer 30 tot 40 procent van de CO2-uitstoot in Nederland komt uit bouwprojecten. Daar is sinds de jaren negentig ook veel aandacht voor – Andy noemt al de BENG, Bijna Energieneutrale gebouwen, huizen die bijna net zoveel energie produceren (bijvoorbeeld met zonnepanelen) als ze gebruiken. Het energiegebruik van bouwen en bouwmaterialen krijgt veel aandacht, maar volgens Andy ligt de échte milieuwinst in de materialen die we gebruiken, zowel de verkrijgbaarheid en de betaalbaarheid, als de energie die nodig is om ze te produceren. “Zeker als we op een traditionele manier blijven bouwen, blijft dat een behoorlijke belasting. Een gemiddeld gebouw blijft vijftig tot vijfenzeventig jaar staan, en met moderne woningen zit de meeste CO2-uitstoot bij de bouwmaterialen en niet bij het energiegebruik van zo’n gebouw. Als je een gebouw neerzet, is de milieubelasting het grootst. Dat gaat over materialen als beton, staal, bakstenen, hout, aluminium en glas.” Neem nou aluminium: dat wordt gewonnen vanuit bauxiet, een erts, een vervuilend proces. Bovendien moet het vaak worden aangevoerd vanuit Australië, ook niet duurzaam.
Hennep en hout
De bouw verduurzamen kan door bouwmaterialen te recyclen, maar Andy denkt aan vooral aan andere bouwmaterialen. “In plaats van glas en aluminium kunnen we plantaardige materialen gebruiken, zoals hout, bamboe, stro, lisdodde en hennep. In Nederland groeien hartstikke veel planten die we goed kunnen verbouwen. Dat is een driedubbele winst: minder CO₂, meer kansen voor boeren, en duurzamere materialen. Nu produceren we vlees, waarvan 80 procent wordt geëxporteerd. Het verbouwen van bouwmaterialen biedt de boeren perspectief en het scheelt stikstof- en CO2-uitstoot.”
Beton is een van de grootste boosdoeners in de bouw. De CO2-uitstoot van beton is alleen al meer dan 8%. Dat vraagt om alternatieven. Andy sprak een professional uit de betonindustrie, die predikte: gebruik hout waar het kan, en beton als het moet. “Dat is precies waar we naartoe moeten. En we moeten alternatieven vinden voor beton.”
Andere aanpak
Willen we echt verschil maken, dan is een andere aanpak nodig. Andy onderscheidt vier stappen die de bouw radicaal kunnen verduurzamen. Stap één op weg naar duurzaam bouwen is het reduceren van de CO2-uitstoot bij de bouw. Stap twee: sluit de cyclus van materialen, dus cradle to cradle, zoals al werd genoemd. Klimaatadaptief bouwen is stap drie. “Dan moeten we wel de horizon verleggen,” zegt Andy. “We bouwen nu nog steeds voor het klimaat dat dertig jaar geleden ongeveer werd voorspeld. Dat is op dit moment niet actueel. We moeten ons voorbereiden op het klimaat van de toekomst, van 2050 of verder.”
Maar het blijft niet bij klimaatadaptatie. De volgende stap is om de natuur actief mee te nemen in ons ontwerp: natuurinclusief bouwen. Dat kunnen gebouwen zijn die plek bieden voor de natuur, met vogelnestjes en groene tuinen, water dat kan wegzakken in de grond, en groene daken en gevels. “De meeste steden zijn versteend en geasfalteerd. Vergroenen lijkt dan ingewikkeld, maar het is noodzakelijk. Denk maar aan de wateroverlast in Limburg in 2021. Als het nu flink regent in een stad als Den Haag, loopt de tramtunnel onder water en kunnen bepaalde gebouwen niet meer worden gebruikt. Dan hebben we een gigantisch probleem.” Groen is ook prettig in de leefomgeving, om onze innerlijke oermens tevreden te stellen: “Iedereen wil frisse lucht inademen en uitzicht op wat groen.”
Geïnspireerd door de natuur
Die liefde voor natuur kunnen we zelfs nog verder doortrekken – door letterlijk te bouwen zoals de natuur dat doet. “We kunnen leren van de principes van de natuur. Denk bijvoorbeeld aan hoe de huid van een mens werkt of de pels van een dier, de verschillende lagen zorgen voor isolatie, koeling en bescherming tegen de regen of zon. Kijk bijvoorbeeld naar het gordeldier, dat zijn schilden gebruikt om zich te beschermen tegen de zon, maar tegelijk toch kan ademen via zijn huid. Dat principe kan in gebouwen worden toegepast om wel daglicht toe te laten, maar de temperatuur niet te veel laten oplopen.” Om op die manier te bouwen, zullen we de dictatuur van de glasarchitectuur moeten loslaten, zegt Andy. “Glazen gebouwen zijn nu trendy, zonder buitenzonwering. Dan moet je het gebouw koelen in de zomer, en dat kost energie.”
Dat kan een stuk duurzamer, bijvoorbeeld door warmte op bepaalde momenten op te slaan in WKO’,s, warmte- en koudeopslagsystemen. Toevallig hebben we daar in Nederland alle mogelijkheden toe. “Dat is een groot voordeel voor ons land. Daarbij, zoals ik al zei, zijn we een moerasland, dus we kunnen veel planten verbouwen en die inzetten als bouwmaterialen. Om energie op te wekken kunnen we wind gebruiken, daar hebben we ook genoeg van in Nederland. We importeren veel vanuit het buitenland, omdat we denken dat we zelf nauwelijks iets kunnen, maar de mogelijkheden in ons land zijn groot.”
Te veel hout
Kijk maar naar een ander waardevol bouwmateriaal, hout. Europa heeft een grote overproductie van hout, maar veel wordt gebruikt om papier van te maken. Meteen mee stoppen, als het aan Andy ligt. “Papier kan ook worden gemaakt van afvalhout, dat al is gebruikt als balk in de bouw, daarna is verzaagd tot een plank, later gebruikt als fineer en uiteindelijk verwerkt tot vezels en pulp. Bomen kappen om hout van te maken is net zoiets inefficiënts als het toilet doorspoelen met drinkwater, wat we in Nederland ook doen.”
Want dat hout is een duurzaam bouwmateriaal, en houten huizen zijn geen boomhutten. Bovendien: hout kan regeneratief zijn. In Scandinavië is de aanwas van bomen groter dan de kap. Dat betekent dat bouwen met hout daar niet alleen duurzaam, maar zelfs regeneratief kan zijn. Andy: “Het principe van regeneratief bouwen, waarbij je herstelt wat je hebt beschadigd en terugbrengt wat je aan de natuur hebt onttrokken, zouden we over de hele wereld moeten toepassen. Op dit moment is het aanplanten van bossen bovendien de enige manier om grootschalig CO2-uitstoot te compenseren.”
Maar we hoeven niet nieuw te bouwen om duurzaam te zijn. Sterker nog: veel winst ligt in het hergebruiken van wat er al staat. Als we alle leegstaande kantoren en bedrijfsruimten ombouwen tot woningen, is het woningtekort opgelost, zegt hij. “De woningbehoefte is op dit moment net zo groot als de leegstand in bedrijfsruimte. Bovendien is het heel gezond om in kantoorparken een paar woongebouwen te hebben, dat betekent dat de sociale veiligheid in die gebieden omhooggaat.”
Foto: Miki Fath (Unsplash)
Luister ook naar de podcast: Duurzaam bouwen zonder dogma