In Denemarken op een muziekfestival wordt de urine van alle bierdrinkende festivalgangers opgevangen om er weer meststoffen van te maken, waarmee akkers worden bemest waar gerst wordt verbouwd: de grondstof voor bier. De gele kringloop, noemt Kimo van Dijk dat. Hij is onderzoeker Nutrient Management and Recycling aan de universiteit van Wageningen. Als je het aan Kimo vraagt, is het belangrijk dat we de kringloop voor nutriënten gaan sluiten. “We hebben genoeg meststoffen in Nederland die we van elders importeren als kunstmest of veevoer, maar we hebben onze eigen menselijke kringloop doorbroken. Als we nu naar het toilet gaan, wordt het fosfor en stikstof in onze excrementen dat we doorspoelen daarna verbrand. Dat raken we kwijt en we krijgen het niet makkelijk weer terug, terwijl dat essentiële voedingsstoffen zijn voor om gewassen te kunnen verbouwen.”
Krachtvoer in, mest uit
We hebben dierlijke mest genoeg in Nederland, zelfs een mestoverschot. We zitten bijvoorbeeld met 70 miljoen kilo fosfaat, dat opbouwt omdat de dieren geïmporteerd krachtvoer krijgen en het als mest weer uitpoepen. “Het interessante is dat mest in Nederland negatief is beprijsd. Dat betekent dat een akkerbouwer geld toe krijgt, als hij mest van een veehouder gebruikt.” Waarom kiezen boeren dan toch voor kunstmest? Dat heeft met maximalisatie van de oogsten te maken, vertelt Kimo. “Grond is duur, arbeid is duur, dus akkerbouwers werken risicomijdend. De oogst moet lukken, de appels moeten groot zijn. Met kunstmest weet een boer precies wat hij bemest, bij dierlijke mest is dat maar afwachten. Je kunt het natuurlijk testen, maar het gaat vooral om timing. Bij organische mest duurt het wat langer voordat de voedingstoffen beschikbaar zijn voor de planten. Dat kan positief zijn, ze spoelen dus niet snel weg, maar soms is dat lastig, want dan groeien planten niet zo snel direct na het bemesten.”
Bij de appelboom
Aan de ene kant dus meststoffen te veel, aan de andere kant te weinig of niet op het juiste moment beschikbaar. Hoe kunnen we dat oplossen? Door die kringloop te sluiten. Dat kan op een simpele manier, vertelt Kimo. “Ik gooi mijn plas bij de appelbomen in mijn tuin,” vertelt hij. “Ik woon in een duurzaam woonproject waar we een apart systeem hebben geïnstalleerd waarbij poep en plas worden gescheiden. Urine, verdund met wat spoelwater, gaat via een apart leidingsysteem naar een bioreactor met nitrificerende bacteriën, waar de stikstof aanwezig als ammonium voor de helft wordt omgezet in een stabielere vorm van nitraat. Daarna wordt het gefilterd en het eindproduct is een urine-mineralen-concentraat, een prachtige en goede meststof. En dat kan ik gebruiken voor de tuin.”
Niet alleen op kleine schaal kun je nutriënten terugwinnen, zoals Kimo thuis doet. Ook op grotere schaal in de landbouw zijn er oplossingen denkbaar. Waar kunstmest nu vooral uit fossiele bronnen komt, kunnen we dat ook uit organische bronnen maken. Van lineair naar circulair, zeg maar. Recyclen dus. “Vooral in rioolwater, dat is poep, plas maar ook regenwater en keukenwater, zitten veel voedingsstoffen die we kunnen hergebruiken. Communaal afvalwater heet dat, het rioolputje van huizen, kantoren, kleine bedrijven en soms ook wat industrie. De helft van de stikstof in kunstmest die we nu gebruiken in Nederland, zou vervangen kunnen worden als we alle stikstof in communaal afvalwater eruit halen. Bij fosfaat is dat zelfs twee keer de hoeveelheid in kunstmest.”
Vraagteken
Sommige zeer oplosbare nutriënten zijn lastig te recyclen, zoals kalium. “Ik werk aan een project dat kaliumstromen in de Nederlandse maatschappij in kaart heeft gebracht. Kalium blijft in het water opgelost, en stroomt uiteindelijk via de rioolzuivering via het effluent naar oppervlaktewater, riviertjes en uiteindelijk de zee. Het is voor mij nog een vraagteken hoe we kalium technisch en financieel kunnen terugwinnen.” Kalium wordt nu vooral gedolven in mijnen in bijvoorbeeld Wit-Rusland, Oekraïne en Israël, waarmee het een geopolitieke afhankelijkheid betekent. Een extra reden om het te recyclen: die mijnbouw is vervuilend, verstorend en kost veel energie.
Dus nee, we hoeven niet allemaal onze eigen tuin te bemesten met pure plas. Er kunnen circulaire meststoffen uit gescheiden urine gemaakt worden, of mestkorrels uit verbrand slib-assen. Als Kimo een jaar minister zou zijn, weet hij het wel: “Ik zou een bijmengverplichting invoeren voor gerecyclede nutriënten om productie en vraag van circulaire meststoffen te bevorderen. Zo wordt onze voedselproductie duurzamer en meer circulair, en onze impact op natuur en milieu zo klein mogelijk.”
Luister naar de podcast: Poep, plas en pils, zo sluiten we de mestkringloop
Foto: Ries Bosch (Unsplash)