Bij klimaatverandering wordt snel gekeken naar gedragspsychologie. Hoe kunnen we iedereen, zowel consumenten als organisaties en bedrijven, motiveren om andere keuzes te maken? Razendpopulair, zeker op dit moment, denk maar aan het boek Het spel van de populist, van Bas Erlings, oud-campagnestrateeg van de VVD. Met de juiste prikkels, bijvoorbeeld door prijsbeleid, kun je mensen de juiste kant op bewegen. “Je zoekt dan een knop om aan te draaien”, zegt transitiepsycholoog Angela Stoof. “Maar dat betekent ook dat je mensen als objecten ziet, die je met prikkels kunt laten bewegen. Maar ik denk dat we, als het gaat over grote transities, ook ruimte moeten scheppen voor een ander mensbeeld.”
Initiatief nemen
Daarbij speelt het begrip ‘nataliteit’ een grote rol. Letterlijk betekent het ‘geboortelijkheid’, het woord is geleend van Hannah Arendt. Angela legt uit: “Het is de mogelijkheid om iets nieuws te beginnen te midden van de status quo en vastzittende patronen. Je denkt na, je kiest een andere weg, je spreekt je uit, je neemt initiatief. En op het moment dat je dat deelt met andere mensen, dat is het moment dat mensen zichtbaar worden in wie ze zijn. We verschijnen aan elkaar. We voelen: dit is wat het betekent om mens te zijn.”
Dat vermogen om de wereld een beetje te veranderen, geeft mensen hoop. “Hoop gaat over een innerlijke ruimte die je voelt, een ruimte van waaruit het mogelijk wordt om een andere toekomst voor te stellen.”
Weg ruimte
Dat is geen vrijblijvende optimistische houding, benadrukt ze door uit te leggen wat wanhoop precies is. “Op het moment dat je echt wanhoop voelt, dan verdwijnt de ruimte naar de toekomst. Dan is er geen enkele mogelijkheid meer dat die situatie verandert.” Angst maar ook boosheid maken de binnenwereld klein. En als die ruimte kleiner wordt, wordt het ook moeilijker om iets nieuws te beginnen. Juist daarom is hoop zo essentieel in tijden van transitie: zonder die innerlijke ruimte is er geen beweging mogelijk.
Taal is daarbij belangrijk, legt ze uit. “Ik mis echt een taal in onze tijd die iets anders doet dan het versterken van angst en boosheid. Die ruimtes opent waarin we elkaar weer kunnen zien. Die een gesprekscultuur schept waarmee we verder komen. Ja, die taal moet je soms echt met een lantaarntje zoeken.” Polarisatie, boosheid in de samenleving: een kwestie van taal. “Het zijn woorden die de boosheid aanwakkeren, taal die mensen tegen elkaar opzet. En dat is wel het laatste wat we op dit moment nodig hebben.”
Meer intakes
Een voorbeeld, ook uit haar boek, is de organisatie PsyQ. Zij wilden de McDonald’s van de geestelijke gezondheidszorg worden, een keten met verschillende vestigingen die allemaal met dezelfde uitstraling op dezelfde manier zouden werken, vertelt Angela. “Elke psychologische behandeling verliep daar volgens bepaalde protocollen. Het idee was: daarmee komen patiënten sneller aan de beurt en zijn ze ook weer sneller klaar. Heel belangrijk, gezien de lange wachtlijsten in de GGZ. Maar het werkte niet. De wachtlijsten werden niet korter en PsyQ leed zwaar verlies. Het bestuur gaf daarom aan behandelaars de opdracht om meer intakes doen, terwijl ze wisten dat de behandeling niet kon starten. PsyQ streek extra inkomsten op, maar ondertussen betaalden cliënten de intake vanuit hun eigen risico. Behandelaars concludeerden: het gaat alleen maar om het geld. Toen kwamen ze tegen het bestuur in verzet.”
Hoe kom je daar uit? Door niet te snel in wij-zij te gaan denken, adviseert Angela. “Dan wordt een dialoog moeilijk. Je moet samen door een veranderproces. Als je uitzoomt, zie je dat iedereen z’n best heeft gedaan en dat er een veel breder systeemprobleem is. We hebben al langere tijd een dominante manier van kijken naar organisaties en hoe organisaties hun zaken regelen. De directie heeft niet veel anders gedaan dan die manier van kijken toegepast.”
Ontschuldigen
Angela pleit voor ‘ontschuldigen’. “Als je een ander het label ‘schuldig’ opplakt, kun je die niet meer als mens zien. Dan kun je geen oprechte vragen aan de ander stellen, de ruimte om de ander te horen is maar klein.”
Dat ontschuldigen kost moeite, dat gaat niet vanzelf. “Het is een actieve cognitieve daad. Je plaatst iemand anders in een bredere context. Je zoekt naar een verhaal met een wij-structuur, voorbij zwart en wit, voorbij schuld en onschuld. Want dat draagt niet bij aan de oplossing.”
Duurzame transitie begint niet bij gedragssturing of systeemoptimalisatie, maar bij mensen die zichzelf vormen, verantwoordelijkheid nemen en het vermogen om opnieuw te beginnen serieus nemen. Dat vraagt iets van leidinggevenden en van werknemers, want op de werkvloer gaat het niet vaak over vorming. “De trainingen die je zakelijk krijgt aangeboden, gaan meestal over het werken aan je mentale kapitaal. Terwijl vorming gaat over iemand worden. Het gaat erom wat een goed leven is voor jou. Het gaat over wat het betekent om geen speelbal te zijn van de machten en krachten om je heen. Het gaat over innerlijke vrijheid en het vermogen om een autonoom en vrijmoedig antwoord te geven. Dan ben je niet langer een object – een mens die met prikkels kan worden aangestuurd – maar een subject.”
Luister naar de podcast met Angela Stoof: Hoopvol in een tijd zonder houvast
Foto: Aaron Blanco Tejedor (Unsplash)