Wetenschap

Palmolie, vloek of zegen

Palmolie, de meest gebruikte plantaardige olie, heeft zijn weg gevonden naar voedsel-, energie- en materiaaltoepassingen. Deze olie staat vooral in een negatief daglicht, 5% van de wereldwijde ontbossing sinds 1990 is gerelateerd aan palmolie. De productie moet duurzaam worden en palmolie moet selectiever geconsumeerd worden: niet voor biobrandstoffen, en beperkt voor voedsel en materialen. Het gebruik van palmolie voor voedsel mag nooit in het geding komen.

Van oorsprong zijn de meeste oliën en vetten van dierlijke oorsprong (vet is olie in vaste vorm). Inmiddels hebben plantaardige oliën de markt overgenomen, Op een totale consumptie van 239 miljoen ton per jaar in 2024 is 93% plantaardig. Driekwart van deze olie wordt gebruikt in voeding.

Palmolie is verreweg de belangrijkste plantaardige olie (zie tabel 1). De meeste palmolie (90%) komt uit het vruchtvlees van de palm, een klein deel uit de pit van de palmvrucht. Palmen groeien in tropische landen, bij hoge temperatuur en veel neerslag. 85% van alle palmolie wereldwijd wordt geproduceerd in Indonesië en Maleisië, de rest in 42 andere landen. 60% wordt geproduceerd op grote plantages (>1000 hectare), en 40% door 7 miljoen kleine boeren op percelen van typisch 5 hectare. Palmolie is een wereldwijde business, beheerst door grote bedrijven zoals Cargill, Golden Agri-Resources, Musim Mas, Sime Darby en Wilmar, die belangen hebben over de hele productieketen vanaf plantages en de eerste raffinage tot ‘Crude Palm Oil’ (CPO, in zogenoemde ‘mills’), tot en met handel, transport en de productie van eindproducten.

Tabel 1. Productie (2019) en samenstelling van de belangrijkste plantaardige oliën. (1) De gegeven samenstelling is voor de olie van de palmvrucht

De olieopbrengst per hectare ligt bij palmolie veel hoger dan bij alle andere oliën. Er is 5-7 keer minder land nodig voor dezelfde productie. Tabel 1 geeft aan dat 40% van de olieproductie afkomstig is van de palm is en dat die gemaakt wordt op 5% van het landoppervlak. Dit maakt palmolie een relatief goedkope, goed beschikbare olie. Laten we eerst eens kijken waar oliën inclusief palmolie voor gebruikt worden.

1. Olie voor voedsel

Oliën zijn een belangrijk onderdeel van ons voedsel. Ze worden gebruikt als bakolie en als voedselingrediënt in bijvoorbeeld margarine, gebak, ijs, chocolade en notenpasta’s. Palmolie wordt ook gebruikt als vet-voedingssupplement voor melkvee voor een hogere melkgift. Oliën zijn brandstof in ons lichaam, dienen ook als bouwstof voor hersenen, zenuwen en hormonen en zijn nodig voor de opname van de vet-oplosbare vitamines A, D, E en K. De meeste oliën bevatten zogenaamde essentiële, meervoudig onverzadigde vetzuren die alleen via ons voedsel te verkrijgen zijn (omega-3, zoals linoleenzuur; en omega-6, zoals linolzuur). Omega-3 vetzuren zijn van belang voor hersenen en hart, en voor ontstekingsremming. Omega-6 vetzuren zorgen voor groei, immuunsysteem, huid en haar. Meervoudige onverzadigde vetzuren kun je ook binnenkrijgen als je geen olie gebruikt. Zo is vette vis een belangrijke bron van de waardevolle omega-3. Ook enkelvoudig onverzadigde vetzuren (zoals oliezuur, ‘omega-9’) kunnen gezond zijn, bijvoorbeeld voor hart- en bloedvaten. Daarentegen zijn verzadigde vetzuren slecht voor hart en bloedvaten vanwege een verhoging van LDL-cholesterol.

Bewerking van oliën

Oliën met veel onverzadigde vetzuren, zoals zonnebloem- en koolzaadolie, worden vaak bewerkt door zogenaamde vetharding door middel van hydrogenering waardoor stabielere en minder vloeibare verzadigde vetzuren gevormd worden. Zo wordt hun rookpunt verhoogd (tot boven circa 180°C) en worden ze geschikt gemaakt als bak- en frituurolie. Vetharding leidt helaas tot verlies van de essentiële vetzuren en vorming van toxische MCPD-esters. Frituuroliën zitten altijd vol verzadigde vetzuren, dat maakt frituren ongezond. Het zou verstandig zijn om minder te frituren en om meer onbewerkte oliën te gebruiken met relatief veel onverzadigde vetzuren. Als bakolie lijkt in die categorie onbewerkte, ‘extra vergine’ olijfolie met een rookpunt van 178°C ‘borderline’ geschikt, daar kun je voorzichtig mee bakken (maar niet frituren).

Palmolie ondergaat geen vetharding, het is van nature al geschikt als bak- en frituurolie door de aanwezigheid van 48% verzadigde vetten. Het wordt wel licht geraffineerd, door middel van bleken en ontgeuren, waarbij goede stoffen zoals vitamines A en E en antioxidanten uit de palmolie verdwijnen.

Vanwege zijn lage prijs en brede inzetbaarheid is palmolie voor veel arme wereldbewoners de belangrijkste bron van bak- en frituurolie geworden. Non-food toepassingen zouden kunnen concurreren met voedsel, wanneer schaarste leidt tot grote prijsverhogingen. Dat is tot nu toe niet gebeurd, maar ook in de toekomst mag de beschikbaarheid van palmolie voor voedsel niet in het geding komen door gebruik voor energie of materialen.

2. Olie voor biobrandstoffen

Oliën en vetten worden steeds meer gebruikt voor de productie van de biobrandstoffen biodiesel en HVO (circa 59 miljoen ton per jaar in 2023). De belangrijkste bronnen zijn dierlijk vet en de plantaardige voedingen palm, koolzaad, soja en zonnebloem. Ook afval (frituurvet) wordt steeds vaker gebruikt. Palmolie – vers of als onderdeel van afgewerkt frituurvet (UCO, Used Cooking Oil) – is de grondstof voor ongeveer de helft van alle biobrandstoffen. En de groeiende markt voor biobrandstoffen is nu de belangrijkste drijfveer voor uitbreiding van de palmolieproductie.

Biodiesel bestaat uit beperkte bijmenging van methyl esters van vetzuren (FAME) in fossiele diesel (bijvoorbeeld: B7 is 7% bijmenging). HVO (Hydrotreated Vegetable Oil) is een 100% bio-olie bereid door hydrogenering van oliën en vetten. Neste is nu in Nederland de enige grote producent van HVO. HVO wordt gebruikt voor bussen, dieseltreinen en als kerosine voor vliegtuigen (SAF).

Het is absoluut niet duurzaam wanneer oliën, die schaars zijn en een bijdrage leveren aan ontbossing, verbrand worden als biobrandstof. Dit zou verboden moeten worden, zelfs als het om gerecyclede voeding gaat. Gerecyclede oliën zijn weliswaar niet meer bruikbaar in voedseltoepassingen, maar wel voor de productie van materialen. Vaak zijn er voor biobrandstoffen alternatieven zoals elektrisch vervoer (bus), groene waterstof (vrachtwagens), groene methanol (schepen) en synthetische brandstof uit groene waterstof (e-SAF voor vliegtuigen). e-SAF is weliswaar duur, maar dat past ook bij het luxe karakter van vliegverkeer.

3. Olie voor materialen

Oliën worden nu al beperkt gebruikt voor materialen (14 miljoen ton per jaar). De vetzuren worden gebruikt voor zogenoemde ‘oleochemicals’, zoals schoonmaakmiddelen en verzorgingsproducten. Ook het bijproduct glycerine wordt toegepast (bijvoorbeeld in PUR schuim en epoxy-harsen). Maar oliën zijn ook heel geschikt in de petrochemie ter vervanging van nafta en gasolie als groene grondstof voor de stoomkrakers. Uit de producten van de stoomkrakers kunnen vervolgens bijna alle bestaande petrochemische producten gemaakt worden. Het gaat hoofdzakelijk om HVO als voeding (Neste/LyondellBasell), maar deels ook uit houtolie die vrijkomt bij papier-pulping (UPM/SABIC).

Als je alle fossiele aardolie die gebruikt wordt voor de petrochemie wilt vervangen, is zo’n 500 miljoen ton HVO per jaar nodig. Dat lijkt teveel gevraagd gezien de totale productie van 239 miljoen ton groene olie per jaar, maar 100 miljoen ton per jaar moet zeker mogelijk zijn, wanneer toepassing als biobrandstof gestopt wordt. Andere bio-grondstoffen voor de petrochemie kunnen zijn: ethanol (door fermentatie) en methanol (door vergassing). Daarnaast komen ook recyclevoedingen op (olie geproduceerd door pyrolyse van plastics).

Ontbossing

Ontbossing heeft wereldwijd geleid tot verlies van 420 miljoen hectare aan bos in de periode 1990-2020, een gebied ter grootte van de gehele EU. Kappen en verbranding van bos en oxidatie van veen door drooglegging dragen wereldwijd zo’n 10% bij aan het broeikaseffect. Zo’n 5% van alle ontbossing sinds 1990 is veroorzaakt door de palmolie. De overige 95% komt grotendeels voor rekening van veeteelt en sojaproductie. Ontbossing heeft ook geleid tot afname van biodiversiteit (zoals de bedreiging van bijvoorbeeld de orang-oetan en de Sumatraanse tijger door de afname van hun leefgebied). Figuur 1 geeft de ontbossing die recent in Indonesië heeft plaatsgevonden, waardoor dit land nu de grootste palmolieproducent ter wereld is geworden.

Figuur 1. Ontbossing en palmolie-productie in Indonesië in de periode 2001-2022 (Trase, online, 8-10-2024). De schalen: 0-2,5 miljoen hectare ontbossing per jaar (rode staven), en 0-50 miljoen ton olieproductie per jaar (zwarte lijn).

RSPO

Er zijn meerdere initiatieven om palmolieproductie te verduurzamen, dat wil zeggen: een stop op verdere ontbossing en ontginning van natte veengronden (veen = ‘peat’), respect voor de natuur, kleine boeren, lokale gemeenschappen en landrechten, en goede arbeidsomstandigheden. Het belangrijkste initiatief is waarschijnlijk de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO), opgericht in 2004, onder andere door het Wereld Natuur Fonds. Leden van de RSPO zijn gebonden aan duurzame productie. 4,5 miljoen hectare (20% van alle plantage-oppervlak) wordt nu duurzaam beheerd door RSPO-leden. Gelieerd aan de certificatie door RSPO is het commitment aan de NDPE principes (No Deforestation, no Peat development and no Exploitation) met daaraan gekoppeld een standaard voortgangsrapportage (NDPE Implementation Reporting Framework). Hoewel het RSPO-systeem niet perfect is en ontbossing niet heeft kunnen voorkomen, heeft het wel bijgedragen aan een sterke reductie van ontbossing. Figuur 1 geeft aan hoe de ontbossing in Indonesië na een grote piek de afgelopen jaren sterk is gedaald.

Het Wereld Natuur Fonds meet jaarlijks de voortgang via de WWF Palm Oil Buyers Scorecard. In 2024 reageerde 55% van de bedrijven niet. Van de respondenten (verantwoordelijk voor 10,1 miljoen ton palmolie per jaar) was 95% lid van de RSPO, 59% nam alleen 100% RSPO-gecertificeerde palmolie af. Voor Europa is dit percentage 93%. Er is nog een wereld te winnen…

Palmolievrij

Voor sommige bedrijven is ‘palmolievrij’ hun businessmodel. Zo verkoopt The Flower Farm met succes palmolievrije margarine en notenpasta’s. Palmolie wordt vervangen door shea-boter, aangevuld met geraffineerde koolzaad- en zonnebloemolie. Maar shea wordt slechts op beperkte schaal geproduceerd, uit wilde karité-bomen, en is net zo verzadigd als palmolie. En veel wereldbewoners zijn afhankelijk van de goede beschikbaarheid van goedkope palmolie. De organisatie Solidaridad is tegen een boycot van palmolie vanwege de kansen op duurzame palmolieproductie via succesvolle initiatieven als RSPO en ter ondersteuning van de vele kleine boeren die voor hun inkomen afhankelijk zijn van de palmolie. De milieubeweging Milieudefensie is kritischer op de RSPO, betwijfelt of deze hun duurzaamheidsdoel echt gaan halen en stuurt aan op consumptie van oliën uit de eigen regio. In Europa zouden we ons moeten beperken tot olijf-, zonnebloem- en koolzaadolie. De EU heeft in 2021 een wet aangenomen die maakt dat biobrandstoffen in Europa per 2030 geen CO2-credits meer krijgen bij gebruik van verse palm- en sojaolie. En de EU heeft recent de ontbossingswet aangenomen die vanaf 2026 producten verbiedt waarvoor na 2020 ontbost is, inclusief palmolie.

Illegaal

EU-beleid om verse palmolie te weren lijkt de laatste jaren te leiden tot grootschalige illegale praktijken, volgens het rapport ‘Palm oil in disguise’ van Transport & Energy uit maart 2025. Uit afval van de palmolieproductie kan beperkt olie teruggewonnen worden door extractie. Het gaat met name om het afvalwater (POME, Palm Oil Mill Effluent; 1,3% opbrengst ten opzichte van de verse palmolie) en daarnaast om afgewerkte bleekaarde (SBE, Spent Bleaching Earth; 0,5% opbrengst). De huidige wereldproductie van POME wordt geschat op 0,5 miljoen ton per jaar, terwijl de EU veel meer importeert: 2-3 miljoen ton in 2024! Dat betekent dat er waarschijnlijk op grote schaal ‘witwassen’ plaats vindt van verse palmolie, door export vanuit Maleisië en Indonesië via China: China exporteert verse palmolie als POME of afgewerkte frituurolie. De EU stimuleert dit soort fraude door een premie te zetten op gebruik van afvalstromen in de EU Renewable Energy Directive III richtlijn: dit afval geldt als ‘advanced biofuel’ en krijgt dubbele credits als biobrandstof. Nederland lijkt in zijn uitwerking van de EU-richtlijn dit jaar deze dubbeltelling te willen afschaffen.

Gedane zaken

Gedane zaken nemen geen keer. Vernietiging van ongerepte natuur kan niet ongedaan gemaakt worden. En het heeft dan ook weinig zin om als Westerse consument palmolie-producerende landen aan te spreken op historische ontbossing en ze het recht te ontzeggen om palmolie te produceren. Het is ook nogal bevoogdend. Ook in Nederland is er – wat langer geleden – volop ontgonnen voor de landbouw ten koste van wilde natuur zoals bos, hoogveen en heide, en we zouden het onplezierig vinden als we daar nu op aangesproken zouden worden via boycots op Nederlandse landbouwproducten. Ook in landen als Indonesië hebben ze er recht op hun hulpbronnen te exploiteren voor het creëren van welvaart. Maar natuurlijk niet tegen elke prijs. Het stoppen van alleen nieuwe ontbossing in het belang van het klimaat – zoals de EU doet – lijkt een haalbaar doel, dat ook recht doet aan de behoeften van palmolie-productielanden.

Mixed blessing

Palmolie is een ‘mixed blessing’ (een vloek en een zegen): er kleven voor- en nadelen aan. Maar dat geldt ook voor de alternatieven van palmolie. De olieproductie van de palm is erg hoog en gebruikt daardoor relatief weinig land. Het is daardoor ook de goedkoopste plantaardige olie, bereikbaar voor arme wereldbewoners. Het stoppen van ontbossing vraagt wel om een rem op de palmolieconsumptie. Biobrandstoffen zijn nu de grootste drijfveer achter de groei van palmolieproductie en zouden door overheden wereldwijd verboden moeten worden. Ook palmolie toevoegen aan veevoer is dubieus en zou gestopt moeten worden. In voedsel is palmolie vanwege de verzadigde vetten minder gezond. Consumenten kunnen frituren beter mijden; buiten frituren om zijn er betere oliën beschikbaar met meer onverzadigde vetzuren. Voor materialen, inclusief petrochemische producten, hebben we wel groene voedingen – waaronder palmolie – nodig om af te komen van de aardolie-voedingen. Maar dit alles zonder toepassing voor voedsel in gevaar te brengen en binnen de draagkracht van de aarde, zonder verdere ontbossing.

Foto: Ikram Ullah (Unsplash)

Deel deze blog:

Nieuw: via Ecosofie Academy

Training Duurzame ambitie

Besteed je de 80.000 uur die een gemiddelde carrière telt wel optimaal om duurzaamheid te bevorderen? In dit programma ga je die vragen onderzoeken én word je geholpen om tot concrete acties te komen.