Aan het begin van zijn lezing vraagt econoom Jona van Loenen aan de zaal of iedereen die een eigen huis bezit, z’n hand wil opsteken. ‘Veel handen, meer dan zestig procent van de Nederlanders heeft een koophuis. Daarna vraag ik wie er wil dat de krapte op de woningmarkt wordt opgelost. Ja, dan zie ik bijna alle handen de lucht in schieten. Maar als ik daarna vraag: wie wil dat zijn huis dertig procent minder waard wordt, blijft het stil.’ Voilà, de complexiteit van de huizencrisis is in één klap duidelijk. En voor Jona is de oorzaak overduidelijk: de gangbare economische theorieën hebben hier geen simpel antwoord op, omdat ze de verkeerde vragen stellen.
Satéprikker
Hij is een economische dwarsdenker, schrijver en tafelgast in talkshows zoals Vandaag Inside, waar hij Johan Derksen van repliek weet te dienen. Tijdens zijn studie economie ging hij steeds minder van de economie begrijpen. En dat terwijl economie volgens hem de ‘satéprikker van de samenleving’ is. ‘We hebben het voortdurend over problemen als stikstof, of wonen, of migratie, of klimaat. Al die grote problemen zitten als stukken vlees vast aan een satéprikker. En die satéprikker is de economie. Als we meer van die economie begrijpen, kunnen die problemen worden opgelost, denk ik.’
Toen hij een jaar in Italië ging studeren, werd hem bij college één ding duidelijk: de meeste economen hebben een te beperkte blik. Er wordt vanuit één theorie gedoceerd, gedacht en gehandeld, terwijl er tientallen theorieën zijn. ‘Het was alsof die professor zei: we gaan door de Alpen wandelen, hier heb je een kaart van de Pyreneeën.’
Foutje van de beleggingsadviseur
Het probleem: economen voelen de pijn niet als ze fouten maken. Ze hebben geen, zoals Jona dat noemt, skin in the game. ‘Ze maken talloze fouten, jaar na jaar, en doen talloze verkeerde voorspellingen. Maar ze gaan vrijuit. Als een beleggingsadviseur een fout maakt, kan hij of zij zeggen: de rest had het ook verkeerd.’
Die blinde vlek heeft praktische gevolgen. De wereld zit vol theoretisch opgeleide mensen, terwijl we vooral mensen nodig hebben die iets doen. ‘Dat wordt ‘handjes’ genoemd, een hele oneerbiedige term. Die handjes zijn het fundament waar onze samenleving op bouwt. We zitten in een woningcrisis, er zijn grote tekorten in de zorg, we willen het elektriciteitsnet uitbreiden maar dat kan eigenlijk niet. Om een idee te geven: het elektriciteitsnet uitbreiden zou praktisch gezien negen maanden kosten, hooguit een jaar. Maar als we nu besluiten dat het moet gebeuren, is het pas over elf jaar zover. Dat betekent dat we tien jaar lang documenten aan het rondpompen zijn. We hebben, inclusief mijzelf, te veel theoretisch opgeleide mensen die ontzettend goede powerpoints kunnen maken, maar geen flauw idee hebben hoe je een kabel legt.’
Als oplossing ziet hij een sturing op studiekeuze. Wat heeft de samenleving nodig? Welke opleiding is daarvoor nodig? ‘Die kunnen we prikkelend maken, bijvoorbeeld door studiegeld af te schaffen. Bij een studie als communicatiewetenschap kunnen we een maximum aantal mensen toelaten, zoals we nu doen bij geneeskunde.’
Een échte liberaal
Een pijnlijk standpunt voor iemand die zich als een liberaal ziet. Niet zo’n borrel-liberaal die kiest welke principes hem uitkomen, en daar dan vol op tamboereert, maar een échte. Overheidssturing op studiekeuze past immers slecht bij zijn voorkeur voor een kleine overheid. Maar voor Jona weegt een ander liberaal principe zwaarder: het verschil tussen verdiend en onverdiend inkomen. ‘Als je rijk wordt door inkomen waar je een prestatie voor hebt geleverd door arbeid of ondernemerschap, dan geef ik je een applaus. Maar als liberaal ben ik tegen onverdiend inkomen, vermogen dat je in de schoot wordt geworpen, zoals de overwaarde van je huis.’
Hij wijst op de theorie van Henry George, een vergeten econoom die dit onderscheid al in de negentiende eeuw feilloos analyseerde. Die trok de conclusie dat grond eigenlijk alle economische activiteit en rijkdom opslokt. Hij nam San Francisco als voorbeeld: daar kun je meer verdienen, maar een groot deel van dat inkomen gaat naar hogere huizenprijzen of hogere huren. Zijn oplossing was simpel: een grondwaardebelasting. Je betaalt geen belasting over een huis, maar over de grond waar het op staat. ‘Volgens het Georgisme is kapitaal het mooiste wat er is, maar grondeigendom moeten we zien te beperken.’
Perverse prikkels
Die theorie maakt de perverse prikkels van het huidige systeem des te zichtbaarder. De hypotheekrenteaftrek, hoge leennormen en de startersvrijstelling van de overdrachtsbelasting hebben woningen alleen maar duurder gemaakt. ‘Die vrijstelling betekent nu dat de starter iets hoger biedt voor woningen, dus de huizen worden alsnog duurder. De huizeneigenaar lacht zich suf.’ Wie hard werkt betaalt meer belasting, maar mensen die een huis bezitten dat meer waard wordt, betalen daar niets over, terwijl die waardestijging het gevolg is van overheidsinvesteringen in de buurt, niet van eigen inspanningen.
Eigenlijk zijn we als samenleving slachtoffer van ons eigen succes. De overheid heeft na de Tweede Wereldoorlog vol ingezet op eigen woningbezit. En nu is ze afhankelijk van het electoraat dat grotendeels een koophuis heeft. ‘De echte oplossing, alle fiscale voordeeltjes afbouwen, daar zijn mensen niet voor. Maar dat betekent dat mensen, zoals docenten, politieagenten, brandweermannen, en andere beroepen die goed zijn voor de samenleving, geen eigen huis meer kunnen betalen. Is het gevolg dat we geen docenten meer hebben, geen mensen meer in de zorg, geen brandweermannen, dan stort de samenleving in. Ook mensen die lekker in een eigen koopwoning zitten, gaan dan kopje-onder.’
Luister naar de podcast: Economie werkt anders dan je denkt
Foto: Woonwijk De Staart in Dordrecht, fotograaf Marcel Antonisse / Anefo (Nationaal Archief)