De fijne stad

De schoonheid van het olifantenpaadje

Op vakantie maken we foto’s van Italiaanse steegjes met wapperende was, we genieten van rommelige authentieke markten. Maar onze eigen leefomgeving wordt ontworpen alsof alles met een teflonlaagje is bedekt: smetteloos, strak en onpersoonlijk. Stedenbouwkundige Wouter Veldhuis is groot voorstander van gescharrel en terloopsheid, omdat bewegingsruimte voor bewoners volgens hem de sleutel is voor fijn wonen in een duurzame stad.
Een close-up van een muur van een gebouw, met daarin een strook verticale tuin.

Het woord was ‘stedebouw’, maar na de taalhervorming wordt dat gespeld als ‘stedenbouw’, met een tussen-n. Een taalkundig detail, maar dat is het niet voor Wouter Veldhuis. ‘Als bouwkundige maken we geen steden, maar stede, een fijn plek om te verblijven. Vergelijk het met het woord bedstede, een plek waar je slaapt. Het maken van plekken is volgens mij de essentie van het vak, plekken waar mensen zich hechten en waar ze zich thuis voelen.’

Wouter (1971) werkt als architect, stedenbouwkundige en partner bij Must, een bureau gericht op de ontwikkeling van een rechtvaardige leefomgeving. Ook geeft hij als rijksadviseur bewindspersonen advies, gevraagd en ongevraagd, over maatschappelijke opgaven en omgevingskwaliteit. ‘In de afgelopen honderd jaar is het stadsontwerp steeds meer modelmatig geworden. We denken dat we een stad objectief kunnen ontwerpen. Maar we zien ook dat dat niet werkt, want een stad is een verzameling van verhalen, sociale structuren, mensen, geschiedenis en toekomst.’

Betonblokken in het park

Veel steden zijn ontworpen rondom de bewoner als consument, die recht heeft op onderwijs, een bibliotheek, parkeerplekken, een zwembad, werk in de stad. Wouter maakt onderscheid tussen een geplande en een geleefde stad: ‘De geleefde stad verandert die geplande stad. Het olifantenpaadje is een goed voorbeeld. Als stedenbouwkundige of landschapsarchitect tekenen we een strakke wandelroute door een park. Maar mensen lopen liever diagonaal door het gras, zodat daar een pad ontstaat. Als stedenbouwkundigen moeten we oog krijgen voor de schoonheid van het alledaagse. We kunnen proberen mensen af te houden van het olifantenpaadje door betonblokken te leggen, maar we kunnen ook dat pad verleggen.’

Stoep van zes meter breed

Hoe kunnen geplande steden doorleefd worden? Daar kan een stedenbouwkundige op sturen, vertelt Wouter. ‘Als ontwerper moeten we leren om ruimte te maken, maar ook ruimte te laten. De afgelopen dertig jaar hebben we plannen gemaakt waarin zoveel mogelijk ruimte is geprivatiseerd: iedereen z’n eigen tuintje, iedereen z’n eigen parkeerplaats. We moeten ruimte maken voor het publieke en het collectieve. Die pen hebben wij als ontwerpers in handen.’

Hij geeft een voorbeeld: als hij de straat nou eens niet drie meter, maar zes meter breed intekent? Op zo’n brede stoep gaan bewoners misschien een picknickbank neerzetten, of wat tegels verwijderen om groen te planten. ‘Dat kan nu via officiële tegelwipprogramma’s, maar verder word je geacht om als bewoner overal vanaf te blijven. En ik zou graag ruimtes willen ontwerpen die wat ruimer in hun jas zitten, zodat mensen in collectiviteit zaken kunnen veranderen in de straat.’

Dat is een rechtvaardige stad: niet alleen een plek met voorzieningen, maar ook met voldoende ruimte om de stad zelf vorm te geven. ‘Daarmee ontwikkelen mensen zichzelf. Emancipatie is ook zelf je eigen leefomgeving vormgeven. We leven met elkaar samen, dus dat is een collectief recht. Op die manier ontstaan gemeenschappen van mensen die elkaar helpen en steunen.’

Heft in eigen handen

Het idiote is dat we op vakantie altijd dat soort authentieke wijken opzoeken, vertelt Wouter. ‘In New York bezoek je een funky park in zo’n moeilijke wijk, in Italië maak je foto’s van steegjes met waslijnen. We worden geraakt door wijken waar mensen zelf het heft in handen nemen.’

In de binnensteden is voldoende ruimte, betoogt Wouter, als we het idee dat we huizen bouwen voor huishoudens loslaten. ‘We bouwen in het model van een gezinswoning, maar als we kijken naar welke woningen nodig zijn voor welke groepen. Vooral senioren en starters zijn in steden op zoek naar woonruimte en dat hoeft geen traditionele vierkamerwoning te zijn. Die extra ruimte per huishouden wordt alleen maar gevuld met spullen die we niet nodig hebben.’

Bouwen in de buurt, met name voor senioren, is de opgave. Kunnen zij verhuizen naar kleinere woonvormen, eventueel met voorzieningen, binnen hun netwerk, dan laten ze gezinswoningen achter. ‘Ze moeten in de buurt kunnen blijven. Daar vinden ze hun vrijwilligerswerk, hun vrienden, alle voorzieningen.’

Weg met de auto, dat geeft ruimte

Ruimte vindt Wouter vooral door minder plek voor auto’s te reserveren. ‘Als je je realiseert dat een stilstaande auto ongeveer 25 vierkante meter ruimte inneemt. En daar komt nog infrastructuur bij, zoals snelwegen die vooral worden ontworpen met piekdrukte als uitgangspunt. Hoe we met auto’s omgaan, is de minst efficiënte manier van ruimte indelen die we kennen.’

Woningcorporaties voelen zich verantwoordelijk voor lage huur en lage energierekeningen. Waarom niet voor goede bereikbaarheid van de woningen? Wouter heeft een simpele oplossing: ‘Bied een abonnement aan voor deelauto’s. Ik ben benieuwd of dat lukt. Een auto is een investering, het legt grote druk op het huishoudbudget. Als een deelauto als service wordt aangeboden, kun je die auto loslaten.’

Zijn conclusie: als je goed kijkt, is ook in de stad plek genoeg. ‘In Parijs of in Milan is de dichtheid veel groter dan binnen de ring van Rotterdam of Amsterdam. Ruimte ontstaat als we met mensen gaan praten en op zoek gaan naar de goede plekken om nieuwe woningen te maken. In mijn ideale stad voert gescharrel en terloopsheid de boventoon. Als je er op bezoek bent, vraag je je af: zou ik hier willen wonen? Voor de bewoners is het een plek waar ze zich enorm mee verbonden voelen.’

Luister naar het volledige gesprek met Wouter Veldhuis: Ruimte voor rechtvaardigheid

Deel deze blog:

Duurzame ambitie

De transitie naar een duurzamere wereld gaat veel te traag als we die overlaten aan de politiek en het bedrijfsleven. 

Consumentenactivisme en onze politieke stem laten gelden zijn zeker belangrijk, maar er is meer nodig. Gelukkig kan iedereen het verschil maken.

Schrijf je in voor de Ecosofie nieuwsbrief en ontvang direct het eerste hoofdstuk gratis!